Oefeningen leren leren
Leren voor een toets kan best een uitdaging zijn. De resultaten komen niet overeen met de geïnvesteerde tijd en vallen tegen. Hoe kan dat toch? Leren moet je Leren.
Sommige kinderen onthouden makkelijker dan anderen, heel oneerlijk; hun brein is beter in onthouden. Sommige vakken gaan ook makkelijker dan andere. Voor de lastige vakken, moet je meer doen. Klinkt logisch, maar wat kan je doen dan?
Lees hieronder alvast wat tips en trucs en plan een afspraak!

Leren Leren Coach
Om voor leerlingen de juiste methode te bieden, maak ik onder andere gebruik van de LEREN LEREN methode van het instituut Kind in beeld. Deze opleiding heb ik in 2016 afgerond en biedt veel instrumenten om visueel en effectief te leren.
Kernvisie Coach
Als Kernvisiecoach leer ik kinderen gebruik te maken van hun visuele geheugen en deze effectief in te zetten.

Ciska Hagenaars
Wat ik doe is, uit mijn ervaringen en opleidingen zoeken naar de meest passende methode per kind. Ik gebruik meerdere methodes omdat ik iedereen optimaal wil helpen. Vaak is één methode niet volledig dekkend en pak er iets bij van een andere methode.
Wat ik doe is op maat en aan gepast op de wensen van de kinderen en ouders.
Welke oefeningen zijn handig bij leren leren?
Oefening voorkennis activeren?
Als eerste is het belangrijk om voorkennis te hebben als je nieuwe dingen wilt leren. Maar wat is voorkennis? Eigenlijk alles wat je al weet over het onderwerp, kennis vooraf, voordat je gaat leren. Je moet het zien als een kapstok: eerst heb je een blanco muur, bij het benoemen wat je allemaal al weet van het onderwerp komen er je "haakjes uit je geheugenmuur" waar je vervolgens de nieuwe dingen aan gaat hangen. Voorkennis zorgt ervoor dat alles wat je erbij gaat leren, een betekenis krijgt en wordt opgeslagen in je lange termijn geheugen. Het helpt je om nieuwe dingen te begrijpen, te onthouden en toe te passen.
Hieronder staan 7 oefeningen die je kan gebruiken om je voorkennis te activeren. Doe niet elke keer dezelfde oefening. Het is het belangrijk dat je afwisselt anders wordt het saai haakt je brein af.
Oefening 1: de braindump
Denk even na over wat je al weet of nog weet van je onderwerp, uit je lessen of wat je al eerder een keer zien, gehoord of gelezen hebt. Schrijf vervolgens op wat je al weet. Indien je samen met een klasgenoot bent, overleg daarna met z'n tweeën, vul elkaar aan. Hoe meer voorkennis actief gemaakt is, hoe makkelijker het leren daarna gaat.
Oefening 2: een quiz.
Deze oefening doe je met een maatje (klasgenoot, ouder of vriend(in)). Schrijf allebei open vragen over het onderwerp op, dus vragen waar je geen Ja of Nee op kan antwoorden. Stel ze om en om aan elkaar. Afhankelijk van het onderwerp of de hoeveelheid stof bepaal je het aantal vragen maar probeer gemiddeld 10 vragen per persoon te bedenken. Zowel het bedenken of het beantwoorden is actief met de stof bezig zijn en tevens goed de voorkennis activeren.
Oefening 3: op gelijke hoogte komen
Dit doe je ook met een maatje (klasgenoot, ouder of vriend(in)). Niet iedereen heeft evenveel voorkennis. Als je merkt dat 1 van de twee minder veel voorkennis heeft, gaat de andere verder vertellen waar de kennis gebleven is. Als het ware nog een keer vertellen en het liefst met voorbeelden benoemen wat erbij hoorde of laten zien is in de klas.
Oefening 4: schema’s
Maak een schema van de stof wat je al weet. Er zijn veel schema's, voor alle onderwerpen. Een paar voorbeelden: van begin tot eind, volgorde aangeven die repeterend is, volgorde met tijds aanduiding erbij, verschillen en overeenkomsten en verbanden leggen.
Oefening 5: woordenwolk
Bekijk het begrip of thema en schrijf alles op wat er in je opkomt. Belangrijke dingen groot en minder belangrijke dingen kleiner. Ben je met zijn tweeën? Vul elkaars wolk aan.
Oefening 6: Interviewen
Begin met vragen bedenken en ga elkaar daarna interviewen. Daarbij is het belangrijk dat je nieuwsgierig bent en dat je goed doorvraagt. Schrijf daarna op, wat je nu al nieuw geleerd hebt.
Oefening 7: Aanvullen
De laatste ga je aanvullen. Vul je braindump blad aan met alles wat je erbij opgehaald hebt uit de voorgaande oefeningen.

